bijknippen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bij·knip·pen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bijknippen |
knipte bij |
bijgeknipt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
bijknippen
- (overgankelijk) in model brengen door het overtollige af te knippen
- Ik heb afgelopen weekeinde de heg bijgeknipt.