bijgeloof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·ge·loof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijgeloof -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bijgeloof o

  1. een geloof in iets extra's en onnatuurlijks
    Het is bijgeloof om te geloven dat je ongeluk krijgt door het breken van een spiegel.
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl