bigot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·got
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bigot bigotter bigotst
verbogen bigotte bigottere bigotste

Bijvoeglijk naamwoord

bigot

  1. overdreven vroom of godsdienstig
    Hij is een bigotte katholiek.
  2. op een geveinsde manier vroom of godsdienstig
  3. op een domme manier vroom of godsdienstig
  4. met een zeer uitgesproken opvatting, waarbij geen afwijkende meningen worden getolereerd
    Met fundamentalisme bedoelen we naar het inmiddels gangbare spraakgebruik een bigot en bekrompen conservatisme.
    Deze bigotte en belachelijke redenering kan niet genoeg bestreden worden.
  5. bijgelovig.
Synoniemen
Verwante begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord bigot bigotten
verkleinwoord bigottje bigottjes

Zelfstandig naamwoord

bigot v/m

  1. iemand die zich overdreven vroom voordoet
    Een bigot is in godsdienstige zin een kwezel of een dweper.
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen