bidon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bi·don
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bidon | bidons |
| verkleinwoord | bidonnetje | bidonnetjes |
Zelfstandig naamwoord
bidon m
- waterfles voor op de fiets
- De waterdrager deelde de door hem opgehaalde bidons uit aan zijn ploeggenoten.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.