bidon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Bidon en bidonhouder
Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·don
enkelvoud meervoud
naamwoord bidon bidons
verkleinwoord bidonnetje bidonnetjes

Zelfstandig naamwoord

bidon m

  1. waterfles voor op de fiets
    De waterdrager deelde de door hem opgehaalde bidons uit aan zijn ploeggenoten.
Vertalingen

Meer informatie