bidet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·det
enkelvoud meervoud
naamwoord bidet bidets
verkleinwoord bidetje bidetjes

Zelfstandig naamwoord

bidet m/o

  1. zitwasbak voor het wassen van de geslachtsdelen, billen en anus na gebruik van het toilet
    De luxe badkamer heeft twee wastafels, een ligbad, toilet en een bidet.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen