biceps

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bi·ceps
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord biceps bicepsen
verkleinwoord bicepsje bicepsjes

Zelfstandig naamwoord

biceps m

  1. (anatomie) tweehoofdige spier
  2. (anatomie) spier in de bovenarm van dit type, die zorgt voor de buiging van de arm bij de elleboog (de biceps brachii)
  3. (anatomie) één van de buigspieren in het dijbeen van dit type (de biceps femoris)
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl