biceps
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bi·ceps
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | biceps | bicepsen |
| verkleinwoord | bicepsje | bicepsjes |
Zelfstandig naamwoord
biceps m
- (anatomie) tweehoofdige spier
- (anatomie) spier in de bovenarm van dit type, die zorgt voor de buiging van de arm bij de elleboog (de biceps brachii)
- (anatomie) één van de buigspieren in het dijbeen van dit type (de biceps femoris)
Synoniemen
- [2]: (wetenschappelijk) biceps brachii, musculus biceps brachii, tweehoofdige armbuigspier
Vertalingen
1. tweehoofdige spier
2. spier in de bovenarm
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.