bezorgdheid

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zorgd·heid
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord bezorgdheid bezorgdheden
verkleinwoord (bezorgdheidje} (bezorgdheidjes)

bezorgdheid v de

  1. bekommering wegens iets dat al of niet zal of kan gebeuren.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen