bezopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen bezopen
verbogen bezopen

Bijvoeglijk naamwoord

bezopen

  1. bijzonder dronken
    De bezopen automobilist veroorzaakte een ernstig ongeval.
  2. bijzonder onzinnig
    Wat een bezopen maatregel hebben ze daar in Brussel nu weer bedacht!
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bezuipen

bezopen

  1. meervoud verleden tijd van  zich bezuipen
    Wij bezopen ons.
    Jullie bezopen je.
    Zij bezopen zich.
  2. voltooid deelwoord van bezuipen