bezet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·zet
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bezetten |
bezet
- enkelvoud tegenwoordige tijd van bezetten
- gebiedende wijs van bezetten
- voltooid deelwoord van bezetten
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | bezet |
| verbogen | bezette |
Bijvoeglijk naamwoord
bezet
- gedomineerd door de aanwezigheid van een vreemd leger
- Er worden nederzettingen gebouwd in de bezette gebieden.
- bezig, niet beschikbaar
Synoniemen
- [2] in gesprek
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen
1. gedomineerd door de aanwezigheid van...