bewaker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wa·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord bewaker bewakers
verkleinwoord bewakertje bewakertjes

Zelfstandig naamwoord

bewaker m

  1. een persoon die toezicht houdt op de veiligheid van iets of iemand
    De bewaker liet ons niet door de poort gaan.
  2. een persoon die ervoor zorgt dat gevangenen niet ontsnappen, cipier, gevangenbewaarder
    De bewaker was de mannen aan het tellen.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen