bevuilen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vui·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevuilen
bevuilde
bevuild
zwak -d volledig

Werkwoord

bevuilen

  1. (overgankelijk) blootstellen aan vuil
    Hij bevuilde van de schrik zijn nieuwe pak.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen