bevuilen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·vui·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bevuilen |
bevuilde |
bevuild |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bevuilen
- (overgankelijk) blootstellen aan vuil
- Hij bevuilde van de schrik zijn nieuwe pak.