bevrijden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vrij·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevrijden
bevrijdde
bevrijd
zwak -d volledig

Werkwoord

bevrijden

  1. (overgankelijk) iemand of een bevolking van gevangenschap of onderdrukking verlossen
    De Canadezen bevrijdden een groot deel van Nederland.
Vertalingen