bevredigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bevredigen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- be·vre·di·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bevredigen |
bevredigde |
bevredigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bevredigen
- (overgankelijk) beantwoorden aan een sterk verlangen
- Dat antwoord bevredigde hem allerminst.
- (wederkerend) het seksuele verlangen door masturbatie stillen
- Hij had zich bevredigd.