bevredigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vre·di·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevredigen
bevredigde
bevredigd
zwak -d volledig

Werkwoord

bevredigen

  1. (overgankelijk) beantwoorden aan een sterk verlangen
    Dat antwoord bevredigde hem allerminst.
  2. (wederkerend) het seksuele verlangen door masturbatie stillen
    Hij had zich bevredigd.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen