bevlieging
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bevlieging (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.ˈvli.χɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ˈvli.ɣɪŋ/
- (Limburg): /bə.ˈvli.ɣɪŋ/
Woordafbreking
- be·vlie·ging
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bevlieging | bevliegingen |
| verkleinwoord | bevlieginkje | bevlieginkjes |
Zelfstandig naamwoord
bevlieging v
- een zomaar opkomende lust
- Hij kreeg plotseling een bevlieging.