bevlieging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vlie·ging
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van bevliegen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord bevlieging bevliegingen
verkleinwoord bevlieginkje bevlieginkjes

Zelfstandig naamwoord

bevlieging v

  1. een zomaar opkomende lust
    Hij kreeg plotseling een bevlieging.
Vertalingen