bevestiging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ves·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevestiging bevestigingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bevestiging v

  1. het bevestigen, het mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
  2. het bevestigd zijn, het vastzitten aan iets anders
  3. datgene waarmee of waardoor twee of meer dingen aan elkaar vastzitten
Vertalingen