bevestiging
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bevestiging (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.ˈvɛs.tə.χɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ˈvɛs.tə.ɣɪŋ/
- (Limburg): /bə.ˈvɛs.ti.ɣɪŋ(g)/
Woordafbreking
- be·ves·ti·ging
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van bevestigen met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bevestiging | bevestigingen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
bevestiging v
- het bevestigen, het mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
- het bevestigd zijn, het vastzitten aan iets anders
- datgene waarmee of waardoor twee of meer dingen aan elkaar vastzitten
Vertalingen
1. het bevestigen, het mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
2. het bevestigd zijn, het vastzitten aan iets anders