beveiligen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vei·li·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van veilig met het voorvoegsel be-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beveiligen
beveiligde
beveiligd
zwak -d volledig

Werkwoord

beveiligen

  1. (overgankelijk) er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
    Een slot moest het pand beveiligen tegen inbrekers.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen