beveiligen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: beveiligen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- be·vei·li·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beveiligen |
beveiligde |
beveiligd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beveiligen
- (overgankelijk) er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
- Een slot moest het pand beveiligen tegen inbrekers.