bevatten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vat·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevatten
bevatte
bevat
zwak -t volledig

Werkwoord

bevatten

  1. (overgankelijk) omvatten, in zich sluiten
    Deze pil bevat onder andere vitamine C.
  2. (overgankelijk) begrijpen
    Hij kon het verschil daartussen maar niet bevatten.
Vertalingen