bevatten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·vat·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bevatten |
bevatte |
bevat |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
bevatten
- (overgankelijk) omvatten, in zich sluiten
- Deze pil bevat onder andere vitamine C.
- (overgankelijk) begrijpen
- Hij kon het verschil daartussen maar niet bevatten.
Vertalingen
1. omvatten, in zich sluiten