bevalling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·val·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van bevallen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord bevalling bevallingen
verkleinwoord bevallinkje bevallinkjes

Zelfstandig naamwoord

bevalling v

  1. het baren van een kind
    Na de bevalling werd de navelstreng doorgeknipt.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen