beul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beul
enkelvoud meervoud
naamwoord beul beulen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

beul m

  1. (beroep) traditioneel de uitvoerder van van overheidswege opgelegde lijfstraffen en aangesteld om ter dood veroordeelden te executeren
  2. (pejoratief) wreedaard
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beulen

beul

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beulen
    Ik beul.
  2. gebiedende wijs van beulen
    Beul!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beulen
    Beul je?

Meer informatie