betuigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·tui·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| betuigen |
betuigde |
betuigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
betuigen
- (overgankelijk) iets duidelijk stellen
- Hij betuigde zijn medeleven met de familie van de overledene.
Uitdrukkingen en gezegden
- spijt betuigen
zich verontschuldigen
- zijn medeleven betuigen
condoleren
Vertalingen
spijt betuigen
|
zijn medeleven betuigen
|