betuigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·tui·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Middelnederlandse werkwoord tugen met het voorvoegsel be-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betuigen
betuigde
betuigd
zwak -d volledig

Werkwoord

betuigen

  1. (overgankelijk) iets duidelijk stellen
    Hij betuigde zijn medeleven met de familie van de overledene.
Uitdrukkingen en gezegden
  • spijt betuigen
zich verontschuldigen
  • zijn medeleven betuigen
condoleren
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen