betonnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ton·nen
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van beton
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | (alleen attributief) |
| verbogen | betonnen |
Bijvoeglijk naamwoord
betonnen
- van beton vervaardigd
- Hij was tegen een betonnen muur aan gereden.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| betonnen |
betonde |
betond |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
betonnen
- (overgankelijk) een vaarwater met tonnen afbakenen
- Die geul is nu gelukkig beter betond.