betonnen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ton·nen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen betonnen

Bijvoeglijk naamwoord

betonnen

  1. van beton vervaardigd
    Hij was tegen een betonnen muur aan gereden.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betonnen
betonde
betond
zwak -d volledig

Werkwoord

betonnen

  1. (overgankelijk) een vaarwater met tonnen afbakenen
    Die geul is nu gelukkig beter betond.