betoger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·to·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van de stam van betogen met het achtervoegsel -er.
enkelvoud meervoud
naamwoord betoger betogers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

betoger m

  1. iemand die meedoet met een protestmars
    De politie treedt hard op tegen de betogers.
Synoniemen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen