betaamde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • be·taam·de

Werkwoord

vervoeging van
betamen

betaamde

  1. derde persoon enkelvoud verleden tijd van betamen
    Het betaamde hem niet zoiets te zeggen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen