bestelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ste·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van stelen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bestelen
bestal
bestolen
klasse 4 volledig

Werkwoord

bestelen

  1. (overgankelijk) iemand ~: iemand iets wederrechtelijk ontnemen
    Zij overvielen en bestalen mij.
Vertalingen