besteedde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·steed·de

Werkwoord

vervoeging van
besteden

besteedde

  1. enkelvoud verleden tijd van besteden
    Ik besteedde.
    Jij besteedde.
    Hij, zij, het besteedde.