bestand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stand
enkelvoud meervoud
naamwoord bestand bestanden
verkleinwoord (bestandje) (bestandjes)

Zelfstandig naamwoord

bestand o

  1. (informatica) een verzameling van gegevens die een eenheid vormen (en geschikt zijn voor (computer)verwerking), computerbestand, databestand of gegevensbestand
    Alle bestanden op de computer waren tegen kopiëren beveiligd.
  2. een verzameling objecten van dezelfde soort of type b.v. bomenbestand, houtbestand, visbestand, wildbestand
  3. (militair) (politiek) een wapenstilstand
    De twee partijen besloten om een bestand te sluiten.
    tijdens dit kerstbestand was er wat meer sprake van bestandsschendingen dan vorig jaar en overschreden de troepen regelmatig de overeengekomen bestandslijnen zelfs na herhaalde bestandsvoorstellen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

stellend
onverbogen bestand
verbogen bestande

Bijvoeglijk naamwoord

bestand

  1. ~ tegen in staat intact te blijven ondanks moeilijke omstandigheden
    De blijkbaar niet tegen de koude bestande planten legden het loodje.
Opmerkingen
  • Het adjectief wordt voornamelijk als predicaat gebruikt en gaat altijd vergezeld van een voorzetselbepaling met tegen.
Vertalingen