besprenkelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·spren·ke·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
besprenkelen
besprenkelde
besprenkeld
zwak -d volledig

Werkwoord

besprenkelen

  1. (overgankelijk) druppels van een vloeistof ergens over strooien
    De planten werden besprenkeld met water.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen