bespieden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·spie·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bespieden
bespiedde
bespied
zwak -d volledig

Werkwoord

bespieden

  1. (overgankelijk) iemand onopgemerkt in de gaten houden
    De soldaten die hun kamp opsloegen beseften niet dat zij vanuit het bos bespied werden.
Vertalingen