bespieden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·spie·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bespieden |
bespiedde |
bespied |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bespieden
- (overgankelijk) iemand onopgemerkt in de gaten houden
- De soldaten die hun kamp opsloegen beseften niet dat zij vanuit het bos bespied werden.