besmeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·sme·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| besmeren |
besmeerde |
besmeerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
besmeren
- (overgankelijk) een zachte massa op iets aanbrengen
- Heb je die boterhammen al besmeerd?