beschuit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·schuit
Woordherkomst en -opbouw
- komt van het Latijnse bis (tweemaal) en het Franse cuire (koken, bakken).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beschuit | beschuiten |
| verkleinwoord | beschuitje | beschuitjes |
Zelfstandig naamwoord
- een licht, tweemaal gebakken baksel van tarwe
- Hoe vaak eet jij een beschuitje?
Vertalingen
1. een licht, tweemaal gebakken baksel van tarwe
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.