beschouwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schou·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beschouwen
beschouwde
beschouwd
zwak -d volledig

Werkwoord

beschouwen

  1. (overgankelijk) bekijken als
    Beschouw het als een enorme kans !
  2. (wederkerend) denken over
    Hij beschouwde zich als de ideale kandidaat.
  3. (overgankelijk) (arch.) aandachtig kijken naar
    Ze beschouwde het juweel in alle glorie.
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen