beschaven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·scha·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beschaven |
beschaafde |
beschaafd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beschaven
- (overgankelijk) met een schaaf glad maken
- (overgankelijk) tot een hoger peil van civilisatie brengen