berusting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: berusting (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.ˈrʏs.tɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ˈrʏs.tɪŋ/
- (Limburg): /bə.ˈrʏs.tɪŋ/
Woordafbreking
- be·rus·ting
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | berusting | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
berusting v
- het aanvaarden van iets wat niet te vermijden is
- Hij moest met berusting zijn lot dragen.