bereik
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·reik
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bereik | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
bereik o
- de afstand die afgelegd kan worden
- Wat is het bereik van je nieuwe auto?
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- geen bereik hebben
buiten het bereik van een (gsm-)zender zijn
Vertalingen
1. de afstand die afgelegd kan worden
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bereiken |
bereik