bereidwilligheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·reid·wil·lig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bereidwilligheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bereidwilligheid v

  1. de mate van bereidwillig zijn
    De bereidwilligheid van die jongen is grenzeloos.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen