bereid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·reid
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | bereid |
| verbogen | bereide |
Bijvoeglijk naamwoord
bereid
- akkoord gaand, instemmend: bereid tot actie
- Ben je bereid om vandaag over te werken?
- klaargemaakt, van voedsel
- De viering werd afgesloten met een door de oudercommissie bereide maaltijd.
Vertalingen
1. akkoord gaand, instemmend: bereid tot actie
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bereiden |
bereid