beraad
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·raad
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beraad | beraden |
| verkleinwoord | beraadje | beraadjes |
Zelfstandig naamwoord
beraad o
- overweging, overleg
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. overweging, overleg
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| beraden |
beraad
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraden
- Ik beraad.
- gebiedende wijs van beraden
- Beraad!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beraden
- Beraad je?
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beraad | berade |
Zelfstandig naamwoord
beraad
- beraad, overleg, conferentie
- «Ek wonder hoeveel koolstof word die lug ingestuur deur sulke nuttelose internasionale berade.»
- Ik vraag me af hoeveel koolstof er de lucht ingaat door dit soort nutteloze internationale conferenties.
- «Ek wonder hoeveel koolstof word die lug ingestuur deur sulke nuttelose internasionale berade.»