bepleisteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·pleis·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bepleisteren |
bepleisterde |
bepleisterd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bepleisteren
- (overgankelijk) een pleisterlaag op iets aanbrengen
- Ze bepleisterden de muur opnieuw en dat gaf de kamer een heel wat beter aanzicht.