ben

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ben
vervoeging van
zijn

Werkwoord

ben

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zijn
    Ik ben hier!
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zijn na omkering
    Ben je daar?



Angelsaksisch

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Proto-Germanische *bōniz.

Zelfstandig naamwoord

ben v

  1. gebed
  2. verzoek
  3. wonde
Overerving en ontlening


Deens

Uitspraak
  • IPA: /b̥eːˀn/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse bein.

Zelfstandig naamwoord

ben o

  1. been
  2. bot
Verbuiging



Frans

Uitspraak

Tussenwerpsel

ben

  1. wel


Manx

Uitspraak
  • IPA: /beᵈn/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Proto-Keltische *benā.

Zelfstandig naamwoord

ben v

  1. vrouw


Oudiers

Zelfstandig naamwoord

ben v

  1. vrouw
Overerving en ontlening


Turks

  ik  
  nominatief     ben  
  genitief     benim  
  datief     bana  
  accusatief     beni  
  locatief     bende  
  ablatief     benden  

Persoonlijk voornaamwoord

ben

  1. ik


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • ben

Zelfstandig naamwoord

ben o

  1. been
  2. bot
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen