beluisteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·luis·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beluisteren
beluisterde
beluisterd
zwak -d volledig

Werkwoord

beluisteren

  1. (overgankelijk) aandachtig naar iets luisteren
    De opnames werden beluisterd om bewijsmateriaal te vinden.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen