beletsel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·let·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beletsel beletsels
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

beletsel o

  1. iets wat een bepaalde handeling of gebeurtenis verhindert
    Daarmee is het laatste beletsel uit de weg geruimd.
Vertalingen