belastingbetaler

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·las·ting·be·ta·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord belastingbetaler belastingbetalers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

belastingbetaler m

  1. iemand die belasting betaalt (in de ogen van de rijken een sukkel)
    Redding van Spaanse bank kost (Spaanse) belastingbetalers 11 miljard euro [1]
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. www.nrc.nl