belasting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·las·ting
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van belasten met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | belasting | belastingen |
| verkleinwoord | (belastinkje) | (belastinkjes) |
Zelfstandig naamwoord
belasting v
- (juridisch) (financieel) door de wet gedwongen betaling aan de overheid zonder individuele tegenprestatie van die overheid
- De omzetbelasting en winstbelasting zijn de bekendste vormen van belasting voor een bedrijf.
- (techniek) de mate waarin een machine belast wordt ofwel het vermogen dat van de machine verlangt wordt door de aangesloten apparatuur
- Zowel de normale als maximale belasting van deze machine zijn nog niet bekendgegeven.
- verantwoordelijkheid, inspanning die een taak vergt, psychische druk
Synoniemen
- [2] last
Antoniemen
- [2] ontlasting
Hyponiemen
- [1] bedrijfsbelasting, btw, omzetbelasting, personenbelasting, vennootschapsbelasting, wegenbelasting
- [2] bedrijfsbelasting
Afgeleide begrippen
- [1] belastingaangifte, belastinggaarder, belastinginspecteur, belastingontduiking, belastingverhoging,
Vertalingen
1. door de wet gedwongen betaling aan de overheid zonder individuele tegenprestatie van die overheid
2. de mate waarin een machine belast wordt ofwel het vermogen dat van de machine verlangt wordt door de aangesloten apparatuur
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.