belasten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·las·ten
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| belasten |
belastte |
belast |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
belasten
- (overgankelijk) gewichten plaatsen op
- Jullie hebben de auto te veel belast.
- (overgankelijk) als prestatie vergen
- De server werd een lange tijd te zwaar belast, waardoor hij uitviel.
- (overgankelijk) opdracht geven tot
- Belast die man toch niet met zoveel taken!
- (overgankelijk) iets bezwaren met een verplichting
- Dit huis is met een hypotheek belast.
- (wederkerend) zich ~ met: de verantwoordelijkheid of uitvoering van iets op zich nemen
- Hij belast zich met erg veel functies binnen dat bedrijf.
Vertalingen
1. gewichten plaatsen op
5. zich ~ met: de verantwoordelijkheid of uitvoering van iets op zich nemen