belachelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: belachelijk (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland) /bəˈlɑχələk/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg) /bəˈlɑɣələk/
Woordafbreking
- be·la·che·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | belachelijk | belachelijker | belachelijkst |
| verbogen | belachelijke | belachelijkere | belachelijkste |
| partitief | belachelijks | belachelijkers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
belachelijk
- lachwekkend, om uit te lachen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
[1] lachwekkend, om uit te lachen