beknorren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·knor·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beknorren
beknorde
beknord
zwak -d volledig

Werkwoord

beknorren

  1. (overgankelijk) iemand een standje geven
    Sommige mensen denken dat je anderen moet beknorren omdat ze anders een loopje met je gaan nemen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen