beknibbelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·knib·be·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beknibbelen |
beknibbelde |
beknibbeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beknibbelen
- (inergatief) ~ op relatief kleine verlagingen op een begroting toepassen
- Er werd wat beknibbeld op defensie, maar de grote klappen vielen in het onderwijs.