bekleding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bekleding (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bəˈkledɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /bəˈkledɪŋ/
Woordafbreking
- be·kle·ding
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bekleding | bekledingen |
| verkleinwoord | bekledinkje | bekledinkjes |
Zelfstandig naamwoord
bekleding v
- een laag stof ter versiering en berscherming aangebracht op een hard oppervlak of een meubelstuk
- De bekleding van die stoel raakt los, die moeten we binnenkort laten repareren.
Vertalingen
1. een laag stof ter versiering en berscherming aangebracht op een hard oppervlak of een meubelstuk