bekijven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /bə.ˈkɛɪ̯.və(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /bə.ˈkɛː.və(n)/
- (Limburg): /bə.ˈkɛɪ̯.və(n)/
Woordafbreking
- be·kij·ven
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bekijven |
bekeef |
bekeven |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
bekijven
- (overgankelijk) iemand ~ ruzie met iemand maken
- Als ze een jongen bemoederde of met krols geaai troostte was hij achterdochtig, als ze hem bekeef en berispte was hij roekeloos weerbarstig.[1]
Verwijzingen
- ↑ De kruisweg, Herman J. Claeys