bekijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kij·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van kijven met het voorvoegsel be-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekijven
bekeef
bekeven
klasse 1 volledig

Werkwoord

bekijven

  1. (overgankelijk) iemand ~ ruzie met iemand maken
    Als ze een jongen bemoederde of met krols geaai troostte was hij achterdochtig, als ze hem bekeef en berispte was hij roekeloos weerbarstig.[1]
Verwijzingen
  1. De kruisweg, Herman J. Claeys
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen