bekeuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
bekeuren bekeurend
bekeuring bekeurd
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·keu·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van keur met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekeuren
bekeurde
bekeurd
zwak -d volledig

Werkwoord

bekeuren

  1. (overgankelijk) het opleggen van een boete voor een wetsovertreding
    Hij werd bekeurd voor het rijden door een rood licht.
Vertalingen